1.600.000 tevreden klanten
Home > Geneesmiddelen (zonder voorschrift) > Stoppen met roken > Kauwgom > Nicorette® 105 Kauwgom 2mg

Nicorette® 105 Kauwgom 2mg

Nicorette® 105 Kauwgom 2mg
21,00 
Aantal In voorraad!
Toevoegen aan winkelwagentje
Besteld voor 16u,
morgen bij u geleverd
(of in 24u in afhaalpunt)
Beschrijving

Nicorette® 105 Kauwgom 2mg

4.1. Therapeutische indicaties
Bestrijding van de nicotine ontwenningsverschijnselen bij de behandeling van verslaving aan roken wat leidt tot een vermindering of tot het stoppen met roken.


 

4.2. Dosering en wijze van toediening

Kinderen en jonge volwassenen

Alleen voor volwassenen

Kauwgom
Dosering
Men kiest voor de 2 of 4 mg kauwgom naargelang de graad van afhankelijkheid van de roker.
Nicorette® kauwgom moet traag gekauwd worden volgens de instructies. Wanneer een persoon minder dan 20 sigaretten per dag rookt wordt de Nicorette® gum 2 mg aangeraden. Wanneer meer dan 20 sigaretten per dag gebruikt worden, wordt de 4 mg presentatie aangeraden.

Roken is een complexe verslaving en hoewel de kauwgom het verlangen naar roken doet verminderen, zorgen sommige omstandigheden en sociale factoren ervoor dat de persoon in kwestie blijft roken. Zelfs in het geval de persoon blijft verder roken zorgt de vermindering van roken voor voordelen als gevolg van een verminderde inname van teer, irriterende stoffen, koolstofmonoxide en carcinogenen. Het succes van een rookvermindering kan motiveren om verder te gaan tot een volledige rookstop.

De kauwgom moet gebruikt worden van zodra er een drang is om te roken. De techniek (zie verder) die hierbij moet gebruikt worden is de “kauw en rust” techniek. Na ongeveer 30 minuten, volgens de hierboven vermelde techniek, is de beschikbare nicotine uit de kauwgom verwijderd. Niet meer dan 24 kauwgommen mogen dagelijks gebruikt worden. Wanneer meer dan 15 kauwgoms van 2 mg per dag nodig zijn, wordt het aangeraden de 4 mg kauwgom te gebruiken. De absorptie van nicotine gebeurt via het mondslijmvlies. De doorgeslikte nicotine ondergaat een eerste passage eliminatie in de lever.

Het is niet aan te raden om de behandeling langer dan één jaar voort te zetten. Sommige personen hebben een langere behandeling nodig om te vermijden dat ze terug beginnen te roken.

ROOKSTOP
- Het roken moet volledig gestopt worden. Telkens men trek krijgt in een sigaret, neemt men een kauwgom Nicorette® om te beletten dat men teruggrijpt naar het roken. Men kauwt TRAAG, met regelmatige pauzes tussen de kauwbewegingen om de vrijgave van nicotine beter te spreiden. De beste aanbeveling voor uw patiënt is: “Kauw zoals U rookte”. (Toen de patiënt rookte, trok hij/zij ook niet zonder ophouden aan zijn sigaret). Na ongeveer 30 minuten traag kauwen is alle beschikbare nicotine uit een kauwgom vrijgekomen.
- In de meeste gevallen zijn 8 tot 12 gommetjes per dag voldoende, tot een maximum van 24 per dag.
- De duur van de behandeling verschilt individueel. Normaal zijn minstens drie maanden nodig. Na deze beginperiode moet men de dagelijkse dosis geleidelijk verminderen. Wanneer het verbruik tot 1 à 2 kauwgommen per dag is gedaald, staakt men definitief iedere vorm van nicotineconsumptie. Enige reserve kauwgommen moeten bijgehouden worden, aangezien het verlangen om te roken plots kan weerkeren.

ROOKVERMINDERING
- Het roken van een sigaret dient zoveel mogelijk te worden afgewisseld met het gebruiken van de kauwgom.
De kauwgom moet gebruikt worden van zodra er een drang is tot roken en dit om de rookvrije periode zolang mogelijk te houden. Daarenboven wordt hierbij de dagelijkse sigarettenconsumptie gereduceerd.
- Elke dag moeten voldoende kauwgommen gebruikt worden tot een maximum van 24 stuks.
- Een vermindering van de sigarettenconsumptie moet voortgezet worden tot een volledige sigaretstop kan gehaald worden. Vervolgens moet het kauwgomverbruik gradueel verminderd worden. Wanneer men een dagelijks verbruik van 1 à 2 kauwgommen bereikt heeft mag het gebruik gestopt worden. Enige reserve kauwgommen moeten bijgehouden worden, aangezien het verlangen om te roken plots kan weerkeren.

Een behandeling met Nicorette® 4 mg, 4 mg Mint, 4 mg Freshmint of 4 mg Citrus wordt aanbevolen voor:
a) Rokers die sterk afhankelijk zijn van hun rookgewoonte, wat met behulp van een geschikte gevalideerde vragenlijst (*) kan worden vastgesteld;
b) Rokers die bij een vorige behandeling blijkbaar onvoldoende steun hadden van de 2 mg-vorm;
c) Rokers die 15 of meer 2 mg-gommen per dag gebruiken.


In alle gevallen start men de behandeling best met Nicorette® 2 mg, 2 mg Mint, 2 mg Freshmint of 2 mg Citrus.

(*) De Fagerström Tolerance questionnaire bevindt zich achter aan deze rubriek.

Wijze van gebruik
Voor een maximale resorptie en om de nadelen van een te snelle vrijgifte te vermijden, is een juiste kauwtechniek van groot belang. Te krachtig kauwen is de voornaamste oorzaak van nevenwerkingen.

Inhaler
De dosering is individueel verschillend en gebaseerd op de noden van de persoon om de ontwenningsverschijnselen te verminderen. 4 tot 12 kokertjes mogen per dag gebruikt worden. Klinische studies hebben aangetoond dat het beste effect wordt bereikt wanneer men een gemiddelde van 6 kokertjes per dag gebruikt. Een maximum dosis wordt bereikt na 20 minuten intensief gebruik.
De aanbevolen behandelingsperiode bedraagt 3 maanden. Na deze initiële periode moet de patiënt overgaan tot afbouw door het verminderen van de dagelijkse dosis gedurende de volgende 6 tot 8 weken. Het is aan te bevelen het product niet langer dan 6 maanden te gebruiken. Sommige individuen kunnen echter een langere behandeling nodig hebben om te vermijden dat ze terug beginnen te roken.
Roken is een complexe verslaving en hoewel de Inhaler het verlangen naar roken doet verminderen, zorgen sommige omstandigheden en sociale factoren ervoor dat de persoon in kwestie blijft roken. Zelfs in het geval de persoon blijft verder roken zorgt de vermindering van roken voor voordelen als gevolg van een verminderde inname van teer, irriterende stoffen, koolstofmonoxide en carcinogenen. Het succes van een rookvermindering kan motiveren om verder te gaan tot een volledige rookstop.

ROOKSTOP
- Roken moet volledig gestopt worden. Van zodra er een drang naar roken is moet de Inhaler genomen worden en dit om te beletten dat men teruggrijpt naar het roken.
- Een voldoende aantal kokertjes, ten minste 4, moeten elke dag gebruikt worden, tot een maximum van 12 kokertjes.
- De duur van de behandeling verschilt individueel. Normaal zijn minstens drie maanden nodig. Na deze beginperiode moet men de dagelijkse dosis geleidelijk verminderen. Wanneer het verbruik tot 1 à 2 kokertjes per dag is gedaald, staakt men definitief iedere vorm van nicotineconsumptie. Enige reserve kokertjes moeten bijgehouden worden, aangezien het verlangen om te roken plots kan weerkeren.

ROOKVERMINDERING
- Het roken van een sigaret dient zoveel mogelijk te worden vervangen door het gebruik van de Inhaler
De Inhaler moet gebruikt worden van zodra er een drang is tot roken en dit om de rookvrije periode zolang mogelijk te houden. Daarenboven wordt hierbij de dagelijkse sigaretconsumptie gereduceerd.
- Een voldoende aantal kokertjes, ten minste 4, moeten elke dag gebruikt worden, tot een maximum van 12 kokertjes.
- Een vermindering van de sigaret consumptie moet voortgezet worden tot een volledige stop kan gehaald worden. Vervolgens moet het Inhaler verbruik gradueel verminderd worden. Wanneer men een dagelijks verbruik van 1 kokertje bereikt heeft mag het gebruik gestopt worden. Enige reserve kokertjes moeten bijgehouden worden, aangezien het verlangen om te roken plots kan weerkeren.

Aanwijzingen voor het gebruik/de behandeling
Haal het mondstuk uit de doos en demonteer het in twee delen (zie figuur 1).
Neem een houder met de kokertjes uit de doos en verwijder de aluminium beschermfolie.
Kenmerken:
Merk JOHNSON & JOHNSON CONSUMER OTC
Categorie Kauwgom
Prijs 21,00 €
Gewicht 143 gr
Contra-indicaties - Bijwerkingen
4.3. Contra-indicaties
Alle vormen van nicotine zijn tegenaangewezen tijdens de zwangerschap. Nicorette® is tegenaangewezen voor niet-rokers en voor kinderen.

Alle vormen van Nicorette® zijn tegenaangewezen bij:
- recent myocardinfarct (binnen de 3 maanden)
- instabiele of evolutieve hartkramp
- Prinzmetal's variant angina
- ernstige hartritmestoornissen
- acuut cerebrovasculair accident
- overgevoeligheid aan nicotine (of een ander bestanddeel van de farmaceutische vorm)
De nicotine substitutietherapie geeft minder risico's bij de bovenvermelde aandoeningen dan roken zelf.

Plugje voor inhalatie
Overgevoeligheid aan menthol.

4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik


Het is in het belang van de patiënt dat de behandeling wordt gecombineerd met andere activiteiten (onder andere sporten), om zodoende het stoppen met roken te vergemakkelijken.

Nicorette® dient met voorzichtigheid gebruikt te worden in geval van:

- systemische hoge bloeddruk
- cerebrovasculaire aandoeningen
- stabiele angina pectoris
- ongecompenseerd hartfalen
- vasospasmen
- perifere vaataandoeningen
- maagzweer
- actieve duodenale zweren
- overdreven werking van de schildklier
- insuline afhankelijke suikerziekte (lagere dosissen insuline kunnen nodig zijn na het stoppen met roken)
- feochromocytoom (aangezien nicotine zorgt voor de vrijgave van catecholamines vanuit het adrenaal medulla)
- matige tot ernstige leverinsufficiëntie

Enkel in geval van ernstige nierbeschadiging kan de afscheiding van de nicotine of de eraan verbonden metabolieten via de stofwisseling in het gedrang komen.
Verhoogde nicotinespiegels werden vastgesteld bij rokende patiënten die een hemodialyse ondergaan.
Een kleine daling in de totale klaring van nicotine werd aangetoond bij gezonde, oudere vrijwilligers, evenwel zonder dat een aanpassing van de dosering noodzakelijk is.

Kauwgom
Rokers die een kunstgebit dragen kunnen moeilijkheden ondervinden bij het kauwen op de kauwgom. De kauwgom kan aan het kunstgebit blijven kleven en in zeldzame gevallen zelfs het kunstgebit beschadigen. Allergische reacties zoals angio-oedeem, urticaria en met verzwering gepaard gaande stomatitis zijn gerapporteerd.

Inhaler
Voorzichtigheid is noodzakelijk bij patiënten met chronische keelziekten en astma. Wanneer een kind nicotine staafjes (zowel gebruikt als ongebruikt) doorslikt, er op kauwt of zuigt, is er een risico op vergiftiging.

Nicorette® moet op een veilige plaats, BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN WORDEN BEWAARD. Accidenteel gebruik door kinderen kan aanleiding geven tot symptomen van nicotine-vergiftiging: zie rubriek “Overdosering”.

4.6. Zwangerschap en borstvoeding
Alle vormen van nicotine-consumptie moeten worden vermeden tijdens de zwangerschap en tijdens de periode van borstvoeding.
Het is reeds voldoende bewezen dat roken schadelijk is voor de gezondheid van moeder en foetus. Als mogelijke schadelijke gevolgen zijn te vermelden: een laag geboortegewicht, een groter risico van een miskraam en een verhoogde kans op perinatale sterfte. De specifieke gevolgen van Nicorette® voor de ontwikkeling van de foetus zijn niet gekend.

Rokende zwangere vrouwen worden er dan ook toe aangezet pogingen te ondernemen om via educatieve methodes en gedragstherapie te stoppen met roken, vooraleer dit probleem farmacologisch benaderd wordt.

Spontane abortus heeft zich reeds voorgedaan bij therapie met nicotine als vervangingsmiddel. Net als bij roken vormt nicotine hier een risicoverhogende factor.

Nicotine gaat over naar de foetus en beïnvloedt de ademhalingsbewegingen en circulatie van de foetus. Het effect op de circulatie is afhankelijk van de dosis.
Daarom raadt men de zwangere rookster altijd aan om volledig te stoppen met roken zonder gebruik te maken van de nicotine substitutie therapie. Het niet stoppen met roken zal grotere schade veroorzaken aan de foetus dan het gebruik van nicotine substitutie onder een begeleid rookstop programma.

Nicorette® mag tijdens de zwangerschap enkel worden gebruikt indien de kans dat men slaagt in het stoppen met roken voldoende groot is in verhouding tot het mogelijk risico van het gebruik van Nicorette® door de zwangere patiënte, die anders zou verder gaan met roken.
Het gebruik van de Nicorette® substitutie producten door een zwangere vrouw mag enkel gestart worden op medisch advies van een arts.

Gebruik van Nicorette® wordt afgeraden tijdens de bevalling. De uitwerking van de nicotine op moeder en baby tijdens de bevalling is niet gekend.
Het risico van blootstelling van de baby aan de nicotine van de Nicorette® moet worden afgewogen tegen de risico's die zijn verbonden aan een blootstelling van het kind aan nicotine bij een voortdurend rokende moeder (een passieve blootstelling aan rook en contaminatie van de borstvoeding met andere componenten van tabaksrook.

Voorzichtigheid is geboden bij toediening van Nicorette® tijdens borstvoeding. De veiligheid van Nicorette® voor zuigelingen welke de borst krijgen werd niet onderzocht. De nicotine wordt zeer gemakkelijk opgenomen in de moedermelk; de melk-plasma ratio bedraagt gemiddeld 2,9.
Hoewel ook reeds bij baby's de nicotine bij de eerste leverpassage wordt gemetaboliseerd, is de eliminatie vlak na de geboorte waarschijnlijk het geringst. Er mag worden verondersteld dat de nicotineconcentraties in de moedermelk bij gebruik van Nicorette® zoals voorgeschreven, lager zijn dan bij het roken van sigaretten, aangezien over het algemeen nicotineplasmaconcentraties bij gebruik van nicotinesubstitutie lager zijn.

4.8. Bijwerkingen
Nicorette® kan aanleiding geven tot bijwerkingen, die vergelijkbaar zijn met deze die waargenomen worden bij toediening van nicotine met andere middelen en deze bijwerkingen zijn hoofdzakelijk dosisafhankelijk.

Sommige symptomen, zoals duizeligheid, hoofdpijn en slapeloosheid, zijn te herleiden tot ontwenningsverschijnselen, en zijn een gevolg van het stoppen met roken. Na het stoppen met roken is er mogelijk een toename van aften. De reden hiervoor is niet duidelijk.

Nicoretteâ Kauwgom, in de aanbevolen dosis, zorgt niet voor ernstige nevenwerkingen. De kauwgom kan soms een lichte irritatie van de keel veroorzaken bij de start van de behandeling alsook een verhoogde speekselafscheiding. Overvloedig doorslikken van nicotine kan in het begin de hik veroorzaken.

Frequent (> 1/100):
Algemeen: hoofdpijn
Centraal: duizeligheid, risico op afhankelijkheid
Gastro-intestinaal: gastro-intestinaal ongemak, de hik, nausea, braken, bij personen met neiging tot slechte spijsvertering kan aanvankelijk een lichte vorm van dyspepsie of pyrosis ontstaan
Lokaal: rauwe mond of keel, spierpijn bij het kauwen ter hoogte van de kaak, aften, de gom kan kleven aan een kunstgebit en in zeldzame gevallen het kunstgebit zelfs beschadigen.

Niet frequent (1/100 - 1/1.000):
Cardiovasculair: hartkloppingen, hartritmestoornissen, verhoging van hypertensie
Huid: erytheem, rash, urticaria

Zelden (< 1/1.000):
Cardiovasculair: reversiebele atriale fibrillatie
Andere: allergische reacties zoals angio-oedeem

Inhaler
Ongeveer 40% van alle behandelde patiënten ervaren milde nevenwerkingen onder de vorm van lokale reacties zoals hoesten en irritatie van de mond en de keel tijdens de start van de behandeling. Deze reacties verminderen gradueel na de eerste weken. In gecontroleerde klinische studies werden de volgende reacties meer frequent waargenomen in vergelijking met de placebo behandeling:

Frequent (> 1/100):
Algemeen: hoofdpijn
Gastro-intestinaal: gastro-intestinaal ongemak, maagzuur, de hik, nausea, braken,
Luchtwegen: hoesten
Lokaal: prikkeling/brandend gevoel in de mond, aften, keelpijn, irritatie van de mond en de keel, neusverstopping, sinusitis

Niet frequent (1/100 - 1/1.000):
Cardiovasculair: hartkloppingen
Centraal: slaapstoringen, duizeligheid

Zelden ( < 1/1.000):
Cardiovasculair: reversiebele atriale fibrilatie
Overdosering - Interacties
4.7. Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machines te bedienen
De patiënten moeten worden ingelicht omtrent mogelijke duizeligheid bij het begin van de behandeling of bij overmatig gebruik.

4.9. Overdosering
Overdosering met nicotine kan zich voordoen bij patiënten met een zeer geringe afhankelijkheid van nicotine, of bij patiënten die gelijktijdig andere vormen van nicotine toediening gebruiken.
De verschijnselen die optreden bij overdosering zijn die van acute nicotinevergiftiging; deze zijn: misselijkheid, speekselvloed, abdominale pijn, diarree, zweten, hoofdpijn, duizeligheid, slecht horen en duidelijke tekenen van zwakte. In extreme gevallen kunnen deze worden gevolgd door hypotensie, een snelle, zwakke, onregelmatige polsslag, ademhalingsmoeilijkheden, algemene zwakte, circulaire collaps en, tenslotte, stuiptrekkingen.

Algemeen wordt aangenomen dat de minimale dodelijke dosis nicotine bij de mens 40 tot 60 mg bedraagt. Dosissen nicotine die getolereerd worden door volwassen rokers gedurende de behandeling kan ernstige vergiftigingssymptomen bij kleine kinderen teweegbrengen en kan fataal zijn.

Kauwgom
Overdosering kan optreden wanneer vele kauwgommen tegelijkertijd worden gebruikt, kort achter elkaar of wanneer de patiënt overmatig verschillende andere vormen van nicotine tegelijkertijd tot zich neemt. Het risico op een vergiftiging te wijten aan het doorslikken van de kauwgom is zeer klein (in Nicorette® kauwgom is de nicotine op een harscomplex gebonden) vermits de absorptie in afwezigheid van kauwen laag en onvolledig is.

Inhaler
Tijdens verplichte, niet klinische inhalatietests, werd vastgesteld dat de maximale bereikte plasmaspiegels, vergelijkbaar zijn met deze waargenomen bij het roken.
Overdosage kan optreden wanneer vele dosissen snel na elkaar genomen worden of wanneer de persoon, overmatig, andere vormen van nicotine op hetzelfde ogenblik gebruikt.

Behandeling bij overdosering
De opname van nicotine moet onmiddellijk worden gestaakt. De patiënt moet symptomatisch worden behandeld. Tachycardie leidend tot circulair falen kan behandeling met een ?-blokker vereisen. Excitatie en convulsies kunnen behandeld worden met diazepam. Indien nodig moet worden overgegaan tot kunstmatige beademing met zuurstof.

6.1. Lijst van hulpstoffen

Nicorette® 2 mg, kauwgom
Natriumbicarbonaat - watervrij natriumcarbonaat - gombasis - sorbitol poeder - sorbitol 70% - smaakstoffen - glycerol 85 %

Nicorette® 4 mg, kauwgom
watervrij natriumcarbonaat - gombasis - sorbitol poeder - sorbitol 70 % - smaakstoffen - glycerol 85% - chinolinegeel (E104)

Nicorette® 2 mg Mint, kauwgom
Natriumbicarbonaat - watervrij natriumcarbonaat - gombasis - xylitol - pepermuntolie - levomentol - colloïdaal magnesiumoxide

Nicorette® 4 mg Mint, kauwgom
watervrij natriumcarbonaat - gombasis - xylitol - pepermuntolie - levomentol - colloïdaal magnesiumoxide - chinolinegeel (E104)

Nicoretteâ 2 mg Freshmint
Gombasis - Xylitol - Pepermuntolie - Natrium carbonaat anhydraat - Natrium hydrogeen carbonaat - Kalium acesulfaam - Levomenthol - lichte magnesiumoxide - Talk - Nitrogenum. q.s. ad tabl. gum. una.
Omhulling : Xylitol - Pepermuntolie - Acacia drooggespoten - Titanium dioxide - Carnauba was - gezuiverd water.

Nicoretteâ 4 mg Freshmint
Gombasis - Xylitol - Pepermuntolie - Natrium carbonaat anhydraat - Kalium acesulfaam - Levomenthol - lichte magnesiumoxide - Quinoline geel E104 - Talk - Nitrogenum. q.s. ad tabl. gum. una.
Omhulling : Xylitol - Pepermuntolie - Acacia drooggespoten - Titanium dioxide - Carnauba was - Quinoline geel E104 - gezuiverd water.

Nicorette® 2 mg Citrus, kauwgom
Natriumbicarbonaat - watervrij natriumcarbonaat - gombasis - xylitol - bloedsinaasappelsmaakstof - colloïdaal magnesiumoxide en talk

Nicorette® 4 mg Citrus, kauwgom
watervrij natriumcarbonaat - gombasis - xylitol - bloedsinaasappelsmaakstof - colloïdaal magnesiumoxide - chinolinegeel en talk

Nicorette® Inhaler, plugje
menthol - nitrogenum. q.s.

4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interacties
Stoppen met roken, met of zonder nicotinesubstitutie kan de farmacokinetiek van gelijktijdige medicatie wijzigen:




Roken wordt geassocieerd met een verhoogde CYP1A2 activiteit. Na het stoppen met roken kan er een verminderde klaring van substraten voor dit enzym optreden. Dit kan leiden tot verhoogde plasmaspiegels voor sommige medicinale producten van potentieel klinisch belang en voor producten met een nauwe therapeutisch marge zoals theophylline, tacrine en clozapine.
De plasma concentraties van andere stoffen die gedeeltelijk gemetaboliseerd worden door CYP1A2 (zoals imipramine, olanzapine, clomipramine en fluvoxamine) kunnen ook verhoogd zijn wanneer men stopt met roken. Alhoewel er geen gegevens beschikbaar zijn die dit ondersteunen. Ook het mogelijk klinisch belang van dit effect voor deze stoffen is niet gekend.

Beperkte gegevens wijzen erop dat het metabolisme van flecainide en pentazocine kan geïnduceerd worden door roken.

6.2. G evallen van onverenigbaarheid: Geen.
Dit is een geneesmiddel, geen langdurig gebruik zonder medisch advies, bewaren buiten bereik van kinderen, lees aandachtig de bijsluiter. Vraag raad aan uw arts of apotheker. In geval van bijverschijnselen, neem contact met uw huisarts.